GNU Free Documentation License . .

: ,
:

Nederlands

:

, , , ,

:





Flag of Sint Maarten.svg -

:

Nederlandse Taalunie ( )

:

22  (2005)

:

3748

:

:

( )

7.7597:

495

ISO 639-1:

nl

ISO 639-2:

dut (B); nld (T)

ISO 639-3:

nld

. : :
           ,      

́ ́ (de Nederlandse taal, het Nederlands   , ( ) .

. (  ,   ).

(. ).

[]

(), , 60 % ( ), (. ), . , ( ), ( , ), , .

, , , ( ).

.

  22  (16  , 5  ).

[]

, 1925 .

,   , , -, , -.

15961969 - (. ). , . , , (, .)

[]

. 1893 .

.   , , .

1804 , .

[]

[]

[]

. . ( , ). , .

[n] -en . , . , kleine kleinen (). -e -en . de kleine worm  :

de kleine worm de kleine wormen
des kleinen worms der kleine wormen
den kleinen worm den kleinen wormen
den kleinen worm de kleine wormen
[]

. , . ,   , . ( ) .

[]

  .   «-(e)n», «-s» ( -je, -el, -en, -er, , , , cafe), «-'s» ( -a, -i, -o, -u, -y):

  • een boek  boeken, een linde [lɪndə]  linden [lɪndə(n)], een tijd  tijden, een huis  huizen, een zak  zakken
  • een tafel  tafels, een toren  torens, een meisje  meisjes, een film  films, een broer  broers, een cafe  cafes
  • een cola's, een martini's, een foto's, een menu's, een baby's

, : een natie  natin/naties; een appel  appels/appelen.

«-eren»: een blad  bladeren, een ei  eieren, een kalf  kalveren, een kind  kinderen, een lam  lammeren, een lied  liederen, een rund  runderen.

[]

  .   «een». «de» «het» ( «de»). , , / (het boek  de boeken). , : lamp  de-, potlood  het-.

:

  • een boek  het boek  boeken  de boeken
  • een linde  de linde  linden  de linden

(./.), de/het:

  • de: deze (//), die (//),
  • het: dit (), dat ().
[]

, «-'s», , , ( ).

: «een woordenboek der Nederlandse taal» «een woordenboek van de Nederlandse taal».

.

:

  • masc.: (N) de kleine worm  (G) des kleinen worms
  • fem.: (N) de Nederlandse taal  (G) der Nederlandse taal
  • neut.: (N) het kleine boek  (G) des kleinen boeks
  • pl.: (N) de kleine boeken  (G) der kleine boeken

[]

,   «-e»:

  • klein boek  een klein boek  het kleine boek  kleine boeken  de kleine boeken
  • kleine worm  een kleine worm  de kleine worm  kleine wormen  de kleine wormen

[]

, . , , II . :

  • grijpen ()  greep  gegrepen
  • kiezen ()  koos  gekozen
  • lezen ()  las  gelezen
  • spreken ()  sprak  gesproken
  • dragen ()  droeg [drux]  gedragen
  • hangen ()  hing  gehangen

, :

  • gaan ()  ging  gegaan
  • slaan ()  sloeg  geslagen
  • zien ()  zag  gezien

«-d / -t» ( ):

  • maken ()  maakte  gemaakt
  • wonen ()  woonde  gewoond
  • zetten ()  zette  gezet

:

  • brengen ()  bracht  gebracht
  • denken ()  dacht  gedacht
  • kopen ()  kocht  gekocht
  • zoeken ()  zocht  gezocht

  , «-en» «-t». , . «noemen ()» , , :

  • ik noem, noemde, heb genoemd, zal noemen
  • jij noemt, noemde, hebt genoemd, zult noemen
  • hij / zij / het noemt, noemde, heeft genoemd, zal noemen
  • wij noemen, noemden, hebben genoemd, zullen noemen
  • jullie noemen (noemt), noemden (noemde), hebben (hebt) genoemd, zullen (zult) noemen
  • u noemt, noemde, hebt genoemd, zult noemen
  • zij noemen, noemden, hebben genoemd, zullen noemen

2 . . . .

:

  • ( )  «hebben» + PII: ik heb genoemd
  • ( )  «hebben» + PII: ik had genoemd
  • I  «zullen» + : ik zal noemen
  • II ( )  «zullen» + ( II): ik zal hebben genoemd ik zal genoemd hebben
  • I ( I)  «zullen» + : ik zou noemen
  • II ( II)  «zullen» + II: ik zou hebben genoemd ik zou genoemd hebben

: hij zei dat zij was gekomen ( , () ).

  :

  • het boek wordt gelezen ( )
  • het boek is gelezen ( )

: lees!  ()! : leest u!  !

«zijn + aan + het + <Inf>»: ik ben een boek aan het kopen ( ).

() , , ,  . .: men bedenke dat ( , )

[]

. .

[]

:

  • 1 .: . ik ('k) .-. mij (me)
  • 2 .: . jij (je) .-. jou (je)
  • 3 . ..: . hij (-ie) .-. hem ('m)
  • 3 . ..: . zij (ze) .-. haar ('r, dr, ze)
  • 3 . ..: .-.-. het ('t)

:

  • 1 .: . wij (we) .-. ons
  • 2 .: .-.-. jullie
  • 3 .: . zij (ze) . hun (ze) . hen (ze)

:

  • 2 . . . .: .-.-. u

«. gij (ge), .-. u» 2 . . . .

3- ( , «» «hij». . . «die». , , , - ( ), «er»: waar is de krant?  jij zit erop ( ?  ). ik denk er niet aan ( ).

[]
  • deze  , ,
  • dit 
  • die  , ,
  • dat 
  • zulke  , ,
  • zulk 

, , , - ( ), «hier-, daar-»: daaraan  , hierover  , - .

[]
  • wie 
  • wat 
  • welke  , ,
  • welk 
  • wat voor  ,
  • ene  , ,
  • een 
  • iemand [ˈimɑnt]  -
  • iets [its]  -
  • die  , ,
  • dat 
  • men  -: men zegt dat ze mooi is (, )
  • het  : het is tijd te gaan ( )
  • elk, ieder 
  • alle 
  • enige, enkele 
  • zelf 

[]

[]

, . , « » (ABN, Algemeen Beschaafd Nederlands), (Nederlandse Taalunie) . 15 2005 (). , . .

.

[]

, () [1].

. - .

[]

  1. * . .  « ». // .127134. .: « », 1985

[]